Categories
Uncategorized

iPad Review 

2020-01-post01 

NA-0125iPad PRO

Edge-to-curved-edge Liquid Retina display in 12.9- or 11-inches, Face ID and True Depth Camera, A12X Bionic notebook-crushing processor, new Apple Pencil, and new Smart Keyboard Folio — this is the new iPad Pro. 

Hear that? That was the sound of Apple snapping its fingers and killing half the bezels in its product universe. iPhone went first. Then, Apple Watch. Then, MacBook Air. Now, iPad Pro. (Somewhere out there, iMac is whispering, “I don’t feel so good…”) 

We’ve always been at war with bezels. They’ve held the components we’ve needed to have the devices we’ve wanted, but they’ve also held back the displays we’ve dreamed of… the ones that would truly set our devices free. 

We’ve waited for it. We’ve lusted after it. And now, insert finally, we have it. 

But, as with all good plot twists, killing half the bezels on the iPad Pro is just part one. 

Part two kicks off with Face ID and a TrueDepth camera, a monstrous A12X Bionic chipset, and updated speakers and mics, all in a design that both returns iPad to its roots and reboots it for the future. Including an all-new Smart Keyboard and, yeah, Apple Pencil No. 2. 

But, as is increasingly evident with each new product Apple updates, the future demands a price. iPad Pro now starts at $799 for the screen-stretched 11-inch model and $999 for the casing-shaved 12.9-inch model. 

That’s a grand slab for the bigger one, and before you add more storage or Gigabit LTE, a lot for anything that doesn’t deliver significant bang for every one of those bucks. 

I’ve been using the 12.9-inch, 1 TB version of the new iPad Pro for almost a week, and I’ve got so many thoughts to share. 

iPad Pro (2018) here in Thailand; Price: 

Bottom line: If you just need or want an iPad, get an iPad. Apple has good ones, compatible with the original Pencil, going for just a few hundred bucks now. If you need more, something that combines raw power and absolute portability better than anything else on the market, then get an iPad Pro. 

For people who want: 

  • Almost edge-to-edge 12.9- or 11-inch displays 
  • High density, wide gamut, high dynamic range, adaptive refresh and color temperature displays 
  • Some of the fastest processors in portables 
  • True Depth and Smart HDR cameras 
  • USB-C up to 10Gbps 
  • Access to all the tablet apps in the App Store 
  • Pro-level tablet computers
    Not for people who want: 
  • Smaller, sub-10-inch displays 
  • OLED displays 
  • x86 processors 
  • Mouse or trackpad support 
  • Lightning or USB-A ports 
  • Access to native Mac or Windows apps 
  • Cheap video and gaming tablets 

Previously, on iPad… 

The new iPads Pro build on the all the iPads that have come before. Rather than repeat material from any of those reviews, please find the most recent ones here: 

  • 9.7-inch iPad (6th Generation) review
  • 10.5-inch iPad Pro review 
  • 9.7-inch iPad (5th generation) review
  • 9.7-inch iPad Pro review 
  • 12.9-inch iPad Pro review 
  • iPad mini 4 review 
  • iPad Air 2 review 
  • iPad Air review 

pastedGraphic.png 

Liquid Retina started with the iPad Pro. Sure, iPhone XR, small, agile, and no doubt poised to be ludicrously profitable, managed to demo and ship first. 

But the technology that lets Apple push LCD panels with their LED backlights edge to edge and rounded-corner-to-rounded-corner, with all the anti-aliasing and subpixel masking that that involves, feels even more at home here. 

Categories
Uncategorized

OUD-NIEUWS-bericht van 14 oktober 1939

Ik volg op deze website een lijst van gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog, de aanleiding tot die oorlog en de nasleep daarvan. Ik begin met het jaar: 1939. Om precies te zijn op 14 oktober 1939, de dag dat ik in Rotterdam geboren ben.

Op de volgende pagina’s vindt u afbeeldingen van kranten-artikelen aan, volgens een lijst van gebeurtenissen tijdens de Tweede WereldoorlogIk begin tijdens het jaar 1939.  Bij elke blog-post zult u een of meerdere afbeeldingen aantreffen, welke ook op mijn website https://asean-retreat.com te vinden zal zijn. 

De Tweede Wereldoorlog begon in de opvatting van veel historici op 1 september 1939 hoewel het op die dag nog slechts ging om oorlog in Europa  met de Duitse aanval op Polen. 

Al in de dagen daarna verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk Duitsland de oorlog – de Verenigde Staten bleven afzijdig, evenals keizerrijk Japan. Maar met de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 was sprake van oorlog op andere continenten met twee grote blokken: geallieerden (Groot-Brittannië, VS, Frankrijk, Benelux, Denemarken, Noorwegen e.a.) en asmogendheden (Duitsland, Italië, Japan e.a.) en daardoor een echte wereldoorlog.

De maanden voorafgaand aan deze dag zijn ook opgenomen in mijn artikelen en blog-posts.

Opmerking: Bij het opzoeken van gebeurtenissen naar datum gebeurt het soms dat verschillende officiële bronnen elkaar qua datum tegenspreken. Vrijwel altijd zijn deze verschillen zeer klein, meestal één dag verschil. De oorzaak hiervan is te vinden in het feit dat bepaalde militaire acties tijdens de nacht starten en nog doorlopen in de vroege uren van de volgende dag. Ook gebeurt het dat een auteur de situatie beschrijft wanneer de actie volledig afgelopen is, met andere woorden de dag na de overgave, de dag na de vredesonderhandeling, enz. Ook zij opgemerkt dat het einde van een militair offensief of campagne niet steeds eenduidig te bepalen is. De bepaling van de datum is afhankelijk van de referentie die door de auteur werd gebruikt. 

1939-10-14.pagesEr is getracht in deze lijst zo veel mogelijk de exacte referentie van de datum aan te duiden via een omschrijving van wat er gebeurd is of bedoeld werd.

Categories
Uncategorized VERKOOP OP AFSTAND EN BUITEN WINKELRUIMTEN

Ik kom u iets verkopen, heeft u daar even tijd voor?

Een verkoper aan de deur zal niet uit zichzelf het gesprek beginnen met de zin “ik kom u iets verkopen, heeft u daar even tijd voor?”. Dat verkoopt namelijk niet. Handiger is het – vanuit het perspectief van de verkoper – om een heel verhaal te beginnen (liefst zonder de consument die de deur opent, de vraag te stellen “kom ik gelegen?”), dat uiteindelijk op een verkoopaanbod uitdraait.

Mag dat, een verkoopgesprek aan de voordeur beginnen zonder direct duidelijk te maken waar je voor komt? Tot het intrekken van de Colportagewet in 2014, mocht dat niet. Sinds 1992 stond namelijk in de Colportagewet dat de verkoper aan de deur bij aanvang van zijn verkoopgesprek – zodra er dus iemand de deur opendoet – duidelijk moet mededelen dat zijn oogmerk is het bewegen van die persoon tot het sluiten van een overeenkomst.

Maar de Colportagewet (1973 – † 2014) is niet meer. En die ‘rechttoe-rechtaan’ mededelingsplicht bestaat ook niet meer. Met dank aan de maximumharmonisatie van de Richtlijn Consumentenrechten. In deze bijdrage leg ik uit hoe het zit.

De Colportagewet

Het is een aantal jaar geleden dat de Colportagewet werd ingetrokken. Op 13 juni 2014 werd namelijk de Implementatiewet Richtlijn Consumentenrechten van kracht, en met de invoering van die wet werd de Colportagewet na ruim veertig jaar trouwe dienst ingetrokken.

Old_Brass_Door_Knocker

De Colportagewet werd in 1973 ingevoerd als het antwoord van de wetgever op de irritante praktijken van ongewenste en opdringerige deur-aan-deur verkoop. De wet was buitengewoon effectief, in de zin dat de deur-aan-deur verkoopmethode minder vaak werd gebruikt. De wet wierp namelijk allerlei drempels op die verkoop aan de deur minder aantrekkelijk maakten voor verkoper. Zo bepaalde de wet dat colporteurs zich als zodanig moesten inschrijven bij de Kamer van Koophandel (het zogeheten registratiestelsel) en dat zij de contracten die zij wisten te sluiten, op papier moesten zetten, de handtekening van de klant moesten zien te krijgen, dat zij de contracten moesten registreren (dagtekenen) bij de Kamer van Koophandel en dat een bedenktermijn gold voor de consument. Alleen voor contracten met een lage geldwaarde gold deze formaliteit niet.

In de jaren ‘80 werd het onderwerp colportage zich ook toegeëigend door de Brusselse wetgever, want er kwam een Europese minimum-harmonisatie richtlijn over de materie. Tegelijk waaide de dereguleringswind door Nederland, die in 1992 tot afschaffing van het registratiestelsel voor colporteurs leidde. Niettemin was ook de laatst geldende versie van de Colportagewet nog een flinke hobbel voor verkoop aan de deur. De formaliteiten van een akte, ondertekening, dagtekening bij de KvK en de bedenktermijn maakten het kennelijk onaantrekkelijk om aan de deur encyclopedieën en stofzuigers te verkopen (of de modernere behoeften zoals erectiepillen, tijdschriftabonnementen en allerhande diensten). Bovendien waren er sinds eind jaren negentig andere kanalen opgekomen, met name het internet, om online te colporteren.

Direct informeren over het oogmerk

Kijken we wat preciezer naar doel en strekking van de wet. Sinds 1992 bepaalde artikel 7 lid 1 Colportagewet: “Een colporteur is verplicht bij de aanvang van handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, aan degene die hij tot het sluiten van een overeenkomst tracht te bewegen, duidelijk mee te delen dat zulks zijn oogmerk is.

Voordien stond al in het Aanwijzingsbesluit onbehoorlijk gedrag van colporteurs 1975 (in wezen een voorloper van de regeling inzake oneerlijke handelspraktijken! ) : “De volgende gedragingen worden aangewezen als gedragingen, die voor de toepassing van het bij of krachtens de Colportagewet (Stb. 1973, 438) bepaalde in het algemeen als onbehoorlijk gedrag worden aangemerkt: (…) het door een afbetalingscolporteur of conctantcolporteur nalaten om bij de aanvang van een door hem gebracht persoonlijk duidelijk mede te delen, dat hij beoogt op te treden als colporteur;”

Het betrof “onbehoorlijk gedrag” dus. In de toelichting bij het Aanwijzingsbesluit was te lezen: “Of een bepaald gedrag als onbehoorlijk moet worden aangemerkt, dient van geval tot geval te worden bekeken. Op grond van gerezen bezwaren zal de door artikel 2 van de Colportagewet ingestelde Adviescommissie afbetaling en colportage in voorkomende gevallen daarover een advies kunnen uitbrengen. De ondergetekenden zijn echter van mening, dat nu reeds van een aantal gedragingen van colporteurs kan worden vastgesteld dat ze in het algemeen onbehoorlijk zijn in de zin van de wet. In artikel 1 van het besluit zijn bedoelde gedragingen vastgesteld. Onderdeel a noemt in dit verband colportage-activiteiten door middel van persoonlijk bezoek, waarbij door de colporteur wordt nagelaten bij het begin van het contact met de consument aan te geven dat zijn oogmerk is het sluiten van een overeenkomst.”

Niet direct zeggen waar je voor komt, was dus in het algemeen onbehoorlijk gedrag, zonder dat het nodig was om naar de concrete omstandigheden te kijken. Dat maakt het redelijk eenvoudig om overtreding vast te stellen. Het idee dat consumenten die ongevraagd benaderd worden door een verkoper, niet op het verkeerde been gezet mocht worden, vatte ook post op Europees niveau. Het idee haalde gek genoeg nooit de Europese Colportagerichtlijn, maar verscheen wel ten tonele in de Richtlijn Koop op Afstand uit 1997. Daarin werd de plicht opgenomen om direct bij aanvang te informeren over het oogmerk van het gesprek; ze werd gerechtvaardigd door het idee dat de consument zodoende direct kon beslissen of hij het gesprek wel wilde voortzetten. De wetgever stelde: “De (…)eis dat het commerciële oogmerk van de informatie ondubbelzinnig moet blijken, zal aldus moeten worden verstaan dat de consument uit de inhoud en de wijze van presentatie van die informatie duidelijk moet kunnen opmaken dat deze hem wordt verstrekt in het kader van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de verkoper. Zo zal een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst niet als louter een vorm van marktonderzoek mogen worden voorgesteld.”

In 2002 werd een vergelijkbare plicht om direct bij aanvang te informeren ingevoerd voor verkoop op afstand van financiële diensten, zodat de opgebelde consument weet wie hem om welke reden benadert. Inmiddels is telefonische colportage niet meer zo ‘hot’. Mede door het bel-me-niet-register en de (pittig gehandhaafde) wettelijke plicht van telefonische colporteurs om aan het eind van het gesprek door te verwijzen naar het bel-me-niet-register, is de telefoon niet in alle opzichten een interessant verkoopkanaal meer. Dat maakt de vraag of de verkoper aan de deur nog steeds moet beginnen met de mededeling over het commerciële oogmerk, des te relevanter.

De situatie vanaf 2014

De Colportagewet is in 2014 opgegaan in de nieuwe regels uit de Wet Consumentenrechten. Met deze nieuwe wet zijn een aantal hobbels voor colportage – al dan niet in aangepaste vorm gebleven. Maar er is één hobbel die is verdwenen, namelijk de algemene verplichting om het commerciële oogmerk direct bij aanvang van het gesprek mede te delen. En dat is simpelweg omdat de Richtlijn Consumentenrechten een maximumharmonisatiekarakter heeft en de richtlijn niets bepaalt over die betreffende verplichting.

Wél bepaalt de Richtlijn dat bij telefonische colportage het commerciële oogmerk direct bij aanvang van het gesprek moet worden medegedeeld. Daarom staat thans in art. BW6:230v lid 6 (= art. 8 lid 5 Richtlijn Consumentenrechten): “De handelaar deelt bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand met een consument aan het begin van het gesprek de identiteit en, voor zover van toepassing, de identiteit van de persoon namens wie hij opbelt, alsmede het commerciële doel van het gesprek mede.”

Dat in het colportagegesprek aan de voordeur niet langer het commerciële oogmerk van het gesprek behoeft te worden genoemd (art. 6:230v lid 6 BW, a contrario), betekent niet dat de handelaar de consument die opendoet, op het verkeerde been mag zetten. Onder omstandigheden kan dat een oneerlijke handelspraktijk opleveren, meer bepaald een oneerlijk achterhouden van essentiële informatie (‘misleidende omissie’) in het verkoopgesprek . BW6:193d BW bepaalt namelijk: 1) Een handelspraktijk is bovendien misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie. 2) Een misleidende omissie is iedere handelspraktijk waarbij essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. 3) Van een misleidende omissie is eveneens sprake indien essentiële informatie als bedoeld in lid 2 verborgen wordt gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laat verstrekt wordt, of het commerciële oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. 4) Bij de beoordeling of essentiële informatie is weggelaten of verborgen is gehouden worden de feitelijke context, de beperkingen van het communicatiemedium alsook de maatregelen die zijn genomen om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen, in aanmerking genomen.

Dat klinkt allemaal veelbelovend, maar de open norm van de ‘misleidende omissie’ is nogal context-gebonden. Dat is de kracht en tegelijk de zwakte van deze flexibele norm. Is het achterwege laten van de mededeling van het commerciële oogmerk aan het begin van het verkoopgesprek aan de deur nu een misleidende omissie of niet? Dat hangt er vanaf. Is het essentiële informatie voor de gemiddelde consument? Of doorziet die gemiddelde consument direct dat die vriendelijke gladgeschoren meneer die direct van wal steekt, u iets verkopen wil? En volgt uit het derde lid van BW6:193d dat het commerciële oogmerk ondubbelzinnig moet worden medegedeeld? En moet het bij aanvang van het gesprek? En wanneer volgt uit de context dat het wel duidelijk is waar het gesprek naartoe gaat? Hangt er allemaal vanaf, zal de jurist zeggen. Jammer, zeg ik dan, want een heldere regel is wat hier nodig is. En een heldere regel is wat we hadden tussen 1992 en 2014. Zo helder, dat de Europese regelgever de regel overnam voor wat betreft telefonische colportage: direct, bij aanvang en ondubbelzinnig. Maar helaas is de regel niet teruggekomen voor deur-aan-deur verkoop.

DDMA Gedragscode Fieldmarketing

De maximumharmonisatie van de Richtlijn Consumentenrechten heeft art. 7 lid 1 Colportagewet dus de das omgedaan. Het nieuwe kader is nu de regeling inzake oneerlijke handelspraktijken, maar daar hoeven we volgens mij niet veel van te verwachten. Daar is de kous echter niet mee af. Want er is sinds 2015 ook een gedragscode van kracht die nog relevant blijkt te zijn! Met ingang van 1 januari 2015 is er namelijk de DDMA Gedragscode Fieldmarketing (CFM). Deze CFM ziet onder meer op colportage aan de huisdeur, inclusief wervingsacties voor goede doelen. De CFM moet in acht worden genomen bij colportage door of namens leden van de branchevereniging DDMA. Art. 2 CFM (“herkenbaarheid van reclame”) bepaalt: “Bij aanvang van een Fieldmarketing gesprek dient de Fieldmarketeer het commerciële, ideële of charitatieve oogmerk van het gesprek duidelijk te maken aan de consument.” En lid 2 voegt daar aan toe: “Indien het niet uit het commerciële, ideële of charitatieve oogmerk blijkt, dient de Fieldmarketeer aan te geven wie de adverteerder is en wat het doel van het gesprek is aan de consument”.

Dus als je al niet zegt waar je voor komt, dan moet je tóch zeggen waar je voor komt. En wel bij aanvang. Geen ‘omstandigheden van het geval’, geen moeilijke intestickerrpretatievragen. Nee, gewoon direct zeggen waar het op staat. Bovendien beloven de leden van de DDMA dat zij de bekende deurstickers zullen respecteren. Zo hoor ik het graag. Een goed initiatief voor consumenten die bij aanvang van het gesprek willen weten waar het naartoe gaat. Dus de volgende keer dat er iemand langskomt om te colporteren en de bewoner niet direct te horen krijgt waar het gesprek naartoe gaat, kan vragen of het om een actie van of namens een DDMA-lid gaat. Zo ja, dan is sprake van onrechtmatige niet-naleving van een concrete, kenbare verplichting uit een gedragscode waar het lid via zijn lidmaatschap zich aan gebonden heeft verklaard. Of de bewoner daar persoonlijk veel aan heeft, is natuurlijk de vraag. Maar dat betreft de effectiviteit van de handhaving, en dat is weer een heel ander hoofdstuk. Want laten we wel wezen, art. 7 lid 1 Colportagewet werd ook niet spontaan nageleefd.

 Nadere informatie over colportage

Noten;

  1. Zie; Art. VI Implementatiewet Richtlijn Consumentenrechten, Stb. 2014, 140.
  2. Zie; Wet van 7 september 1973, houdende regelen tot het tegengaan van misbruiken bij colportage, Stb. 1973, 438.
  3. Zie; laatstelijk het drempelbedrag voor dagtekening van € 34 in art. 26 Colportagewet jo. art. 3 Uitvoeringsbesluit Colportagewet (ingetrokken per 13 juni 2014).
  4. Zie; Richtlijn 85/577/EEG betreffende de bescherming van de consument bij buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten (PbEG L 372), wetswijziging Stb. 1989, 301.
  5. Zie; Wet van 22 januari 1992, Stb. 1992, 70.
  6. Zie; Wet van 22 januari 1992, Stb. 1992, 70.
  7. Zie; Besluit van 11 juli 1975, houdende aanwijzing van gedragingen van colporteurs, die in het algemeen als onbehoorlijk gedrag in de zin der Colportagewet worden aangemerkt (Aanwijzingsbesluit onbehoorlijk gedrag van colporteurs), Stb. 1975, 395, p. 3.
  8. Zie; Artikel 4, lid 3, van Richtlijn 97/7/EG betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten, PblEG L 144. Zie preambule (12) bij de richtlijn. Het artikel werd geïmplementeerd in art. 7:46h lid 1 BW (oud).
  9. Zie; Kamerstukken II 1999/2000, 26 861, nr. 3, p. 17.
  10. Zie; Art. 3, lid 3, Richtlijn 2002/65/EG betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten, PbEG L 271. Implementatie via art. 4:20 Wft en art. 79 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.
  11. Zie; art. 11.7 leden 6 t/m 13 Telecommunicatiewet. De wettelijke plicht om tijdens het gesprek te wijzen op het register (art. 11.7 lid 12 Tw) wordt in de praktijk uitgevoerd door na beëindiging van het telefoongesprek een standaardmenu te laten horen.
  12. Zie; Wet van 12 maart 2014 in verband met de implementatie van Richtlijn 2011/83/EU (Implementatiewet richtlijn consumentenrechten) , Stb. 2014, 140.
  13. Zie; art. 6:193c lid 2 onder b BW; bestuursrechtelijk te sanctioneren door de ACM op grond van art. 8.8 Wet Handhaving Consumentenbescherming.
  14. Zie; https://willemvanboom.blog
Categories
Uncategorized

CO-WORKING

Co-working is no longer a fringe style of working just for hipsters and entrepreneurs. It is mainstream. The shift from traditional office and full-time jobs to flexible, freelance and remote work is spawning more co-working spaces.

For co-working space inhabitants there are significant attractions. Low cost space in prime locations, shared office resources and the flexibility to stay or go is highly appealing. But beyond funky furniture, technology, table tennis tables and snacks there’s something more fundamentally important.

If you’ve ever belonged to a space, you know that community makes the biggest difference. It is the people; the members who make the space that are willing to share their experience, advice and networks that make up the true intrinsic value of co-working. Special things happen when random ideas collide.

If you need further proof of co-working being mainstream, look at the world’s largest name in it – WeWork with over 40,000 members. The six-year old startup is now valued at $16 billion after it’s latest $430 million fundraising from Chinese private equity firms, Hony Capital and Legend Holdings. After dominating the U.S. and Europe, WeWork will aggressively expand into Asia.

Asia has a big advantage when it comes to co-working. Not only are startup ecosystems developing in a fast and healthy way, Asia is a great place to live and work with its deep talent pools, affordable lifestyles, awesome street food and amazing beaches. So it’s easy to understand why co-working is not just for locals, but digital nomads who don’t just see Asia as a travelling destination but a working one too. Digital nomads take advantage of the fact that all they need is a good Internet connection to get work done. The rest of the time is for adventure and relaxation.

To follow on from the story on ‘The 10 Best Co-working Spaces On Earth”, Leanne Beesley, Founder of Coworker, a ratings and review platform for co-working spaces, shared her research into the best co-working spaces in Asia. The rankings are based on a combination of member reviews, organic traffic, and her own experiences visiting co-working spaces around Asia. As you can see from the list, the spaces are not all about being a launch-pad for the next billion dollar startup, but highlights those that provide the best atmosphere to co-work.

Categories
Uncategorized

VIRTUAL TEA TRIP

VIRTUAL TEA TRIP
There are thousands of different tea varieties out there, with many unique teas found only in certain parts of the world. Yet, despite the seemingly endless range of teas available, they all originate from one plant – Camellia sinensis. It is the different ways in which the tea leaves are harvested and processed that creates the various tea types.
Although one could spend a lifetime tasting and studying all these different teas, and in fact some Tea Masters do, all of the teas can be divide into a few types: white, green, yellow, oolong, pu erh, black and herbal.
 
The quality and character of the tea, not unlike wine, is also affected by altitude it is grown at, the climate and annual weather, the seasonality of the region it is grown at and the type soil. Although tea plants are very adaptable, allowing it to grow in many different locations, better quality teas tend to be grown at higher altitudes and also prefer a humid climate with some seasonality.
 
In terms of actual tea manufacturing, the main term to remember is oxidation, which is a chemical reaction that involves oxygen, and in case of tea, also enzymes. It is responsible for the darkening of the tea leaves, which in turn results in different flavours of the finished product. It is the same process that makes an apple turn brown when you take a bite out of it. Depending on the tea type, oxidation might be encouraged by bruising the leaves or actively avoided.
 
WHITE TEA
The term ‘white tea’ derives from the tiny silver-white hairs that can be found on the delicate, unopened leaf buds. It is traditionally made using that just little bud, but certain varieties also add one or two of the youngest leaves. It is an unoxidized type of tea with a fairly straight forward manufacturing process. The bud (and the young leaves) are picked with care, to avoid damaging the leaves, which could start oxidation. The tea is then left to dry, ideally directly in the sun, but special drying rooms are also used.
The infusion is very light, usually ranging in very pale yellows and greens hues, with a subtle and delicate flavour. It is very rich in antioxidants and a cup of white tea contains the least of caffeine out of all the tea types. Surf to the “WHITE TEA section” on GEE SÈN
GREEN TEA
Green tea, another type of unoxidiZed tea, dates back to Ancient China and it is the first type of tea to be ever manufactured. Over the centuries it has spread to other countries, but the best varieties of green tea traditionally come from China and Japan. Like with white tea, no chemical changes take place within the leaf. Although green tea will be sometimes left to wither to reduce its water content, oxidation is mainly avoided through the use of heat which kills the enzymes. Steaming (Japan) and pan-firing (China) are the two main methods, each producing a tea with a different character. The leaves then undergo an alternating set of rolling and firing, which both dries and forms the leaf. Sometimes the rolling is done by hand, creating distinct shapes, such as the pine needle resembling Lung Ching or the little pellets of China Gunpowder.
Finally, the tea leaves are dried until the water content reaches 5-6%. Surf to the “ GREEN TEA section ” on GEE SÈN
 
YELLOW TEA
Yellow teas are an expensive Chinese speciality and they tend to be amid the rarest of teas. They are produced in a very similar way as green tea, with the difference that there is an additional step added of post-enzymatic oxidation. First, the enzymes are destroyed with pan-firing. Then the leaves are warmed with light firing and stored under special mats or damp cloths for a few hours, steaming the tea in the process. This is repeated until the desired look and aroma is achieved. The resulting tea leaves have a distinct yellow-green colour. The infusion is similarly yellow-green and pale, lacking some of the grassy flavours so typical of green teas and instead offering a more mellow and sweet cup. Oolong teas, sometimes also known as blue teas, are partially oxidized teas, with the most known varieties originating from Taiwan and China. The name ‘oolong’ derives from the Chinese term ‘black dragon teas’.
 
These teas are greatly appreciated by tea connoisseurs, due to their complex character and often distinct fruity, nutty and even floral flavours and aromas. Oolongs are somewhere between green and black teas and as such they often exhibit the delightful freshness of green teas and the enticing maturity of fully oxidized teas. The names of the more traditional varieties are often very poetic, for example Iron Goddess of Mercy (Tie Guan Yin) or Big Red Robe (Da Hong Pao). Although the manufacturing process does in many ways resemble that of a black tea, oolong’s preparation requires great attention to both temperatures and timing of the various stages. Additionally, the whole process is not entirely linear, with certain steps repeated many times until the right level of oxidation is reached.
 
The general production cycle consists of picking the leaves and letting them wither to reduce the water content. The oxidation process is initialized by rolling the leaves in special baskets, causing just the edges of the leaves to bruise. The enzymes are then killed off with quick firing. Leaf rolling and shaping and then final drying comes ends the cycle. Although the range of oxidation can vary from few percent to nearly 90%, the typical oolong will have a 70% level of oxidation. Surf to the “ YELLOW TEA section ”
on GEE SÈN
 
Pu Erh
Pu erh is the only type of tea to actually undergo microbial fermentation. This highly prized tea was first produced in the Yunnan province and remained an exclusive Chinese speciality for many centuries, due to the region’s unique climate and soil type.
It was also this tea that the Chinese labelled black, whereas the tea type invented in mid-17th century for the European market, was called red tea. The discrepancy resulted from the fact that Westerners labelled the tea types based on the leaf colour, whereas China and surrounding countries based the names on infusion colour. Pu erh teas are characterized by the distinct earthy, woody if not slightly ‘mouldy’ flavours and aromas. These post-fermented teas often prove to be a bit of an acquired taste. They are considered to have special health benefits, which lends into their growing popularity in the West. They are predominantly believed to aid with digestion, high cholesterol and might even help shed a few extra pounds.
 
There are two types of pu erh teas – raw and ripe, the latter often being more appealing to the typical Western pallet. The raw pu erhs are the traditional ones and more expensive of the two, due to the long aging process, sometimes selling for thousands of pounds. To create a raw pu erh the leaves are withered and pan-fired to kill off the enzymes. This is followed by a rolling and kneading stage, after which the leaves are steamed and left to mature for up to a year. During this period, the water content in the leaves and oxygen in the air begin the fermentation process. The leaves are eventually pressed into cakes and aged for up to 50 years in controlled conditions. The longer the tea is left to mature, the smoother and less bitter its flavour becomes. The ripe or cooked pu erh was invented in the 70s, in order to replicate the distinct flavour of the post-fermented teas but in a shorter production cycle. The leaves are picked and withered and then mixed with water that contains bacterial cultures taken from long aged raw pu erhs. The leaves are then piled for up to 40 days, occasionally stirred to spread the heat and bacteria evenly through the heap. Some ageing takes place at the end to kill off the fermentation, resulting in earthy and mellow teas, that unfortunately lack the extraordinary complexity of raw pu erhs. Surf to the “ Pu Erh section ” on GEE SÈN
 
BLACK TEA
Black teas are the most oxidised of all tea types and because of that also tend to have the strongest flavours. It is most likely the most popular tea type in the world, apart from certain countries such as China. Unlike the less oxisides teas, it has a relatively long shelf life, allowing the compressed bricks of tea to travel across the world and become an important part of trade for many countries. Its production method varies vastly from country to country, but these can be divided into two main categories – orthodox and more modern CTC. Countries such as China, India and Sri Lanka and also Taiwan prefer the orthodox method, which is more time and labour consuming, but results in higher quality tea. After plucking, the leaves are left to wither to reduce the water content. This is followed by a bruising phase, where the leaves are rolled and pressed, which in turn starts the oxidation process.
 
A short cycle of sieving and further rolling can also take place, until the leaves are left to oxidised for a short period of time. Eventually the leaves are fired to end the oxidation and dried. The ‘Cut, Tea and Curl’ method, or CTC for short, is used primarily employed in the tea bag industry as it involves tearing off the leaves into very small parts, which produce a strong cup with a short brew due to the increased surface area. Surf to the “ BLACK TEA section ” on GEE SÈN
 
HERBAL TEA & FRUIT TEA
Initially introduced in the 1950s, on the back of the growing popularity of teabags, CTC involves similar stages to the orthodox method, with the difference that instead of rolling and pressing, the leaves are machine chopped. Herbals, including rooibos, and fruit teas encompass a very wide variety of teas that do not contain the tea leaf and as such have no caffeine content. They can be drunk throughout the day and are a great alternative for anyone who’s looking to avoid caffeine.
 
Herbal teas can be generally divided into two main categories – mono herbs such as chamomile flowers or peppermint and more complex blends of various herbs and spices, which in the case of Camellia’s Tea House, are designed to aid with specific health ailments. Fruits tea consists mostly of an array of dried fruits, from sweet to more tangy, which also work great as iced teas. Surf to the “ HERBAL TEA section ” on GEE SÈN, or Surf to the “ FRUIT TEA section ” on GEE SÈN
Categories
Uncategorized

KeWa-E-oven recipe; Salmon with cauliflower and kale

Salmon-with-cauliflower-and-kale

Fresh and delicious with a Nordic touch

Treat yourself to a healthy meal made with simple and delicious nordic ingredients. In this recipe Salmon, a great source of omega-3, is cooked sous-vide with steam to preserve all vitamins and minerals. It is then paired with both cauliflower and vitamin-rich kale to make a fresh and delicious dish.

Ingredients

  1. 140 g of salmon fillet
  2. 500 g of cauliflower
  3. 1 liter of veggie soup stock
  4. 500 g of soy milk
  5. 100 g of apple vinegar
  6. 1 pack of kale  
  7. 50 g of olive oil
  8. Salt, brown sugar

 

Step 1

Split the cauliflower into pieces. Cut the very tip of the truss and set aside, make a couscous-like blend of it. Choose few the very best pieces and slice them thinly with a slicer.

Step 2

Put the fish into a sous vide bag and vacuum it with the Electrolux vacuum sealer.

Step 3

Cook the cauliflower in a saucepan on induction until half ready. Drain the water, add soy milk and cook until done. Put the cauliflower into the Electrolux MasterPiece blender, add a little milk from the cabbage boil and puree at a maximum speed for 3 minutes. Add the melted butter and puree once again for 3 minutes. If necessary, add some milk to get the desired consistency. Salt to taste.

Step 4

Set the “Electrolux CombiSteamPro” oven to Low temperature cooking mode (51 degrees Celcius). Place the sous vide bags with salmon in the oven for 25 minutes.

Thanks to vacuum packaging and low temperature the fish will keep its stunning taste and get incredibly delicate texture.

Step 5

Take a small bowl and mix vinegar and water, salt and sugar, and a little grape seed oil. Pour this vinegar pickle on the finely sliced cauliflower and mix well. When the fish is cooked, remove it from the bag and pat dry on a towel. For serving, place a spoonful of the puree on a plate with the salmon on top. Decorate with pickled cauliflower, a leaf of kale and cauliflower couscous

Categories
Uncategorized

KeWa-QR (EN)

KeWa-ASEAN-globe-map-01-web

QRpedia is a mobile-based system that uses QR code to deliver Wikipedia articles to users in their preferred language. QR codes that can be directly linked to any Uniform Resource Identifier (URI) can be easily generated, but the QRpedia system adds more functionality. It has been in use at institutions since 2011, including museums in the United Kingdom, the United States and Spain. The source code of the project can be freely re-used under the MIT license.

Technical PROCESS

When a user scans a QR-code of QRpedia on his or her mobile device, the device decodes the QR code to a Uniform Resource Locator (URL), using the domain name “qrwp.org”, and whose path (last part) is the title of a Wikipedia article, and sends a request for the article in the URL of the QRpedia web server. It also transmits the language setting of the device.

The QRpedia server then uses the Wikipedia API to determine whether there is a version of the specified Wikipedia article in the language used by the device. If so, it will return the article in a mobile-friendly format.

If there is no version of the article available in the desired language, the QRpedia server performs a search for the title of the article on Wikipedia in the appropriate language, and returns the results.

In this way a QR code can deliver the same article in many languages, even if the institution (in this example the museum) is unable to make its own translations. QRpedia also keeps usage statistics.

QRpedia was conceived by Roger Bamkin, chairman of Wikimedia UK, and Terence Eden, a mobile internet consultant. It was unveiled on 9 April 2011 at the Backstage Pass event at the Derby Museum, part of the GLAM / Derby collaboration between the Derby Museum and Art Gallery and Wikipedia. The project name is a portmanteau that has the initials “QR” (Quick Response) of the QR code and “pedia” of the name “Wikipedia”.

APPLICATIONS

Although the system started in the United Kingdom, QRpedia can be used at any location where the user’s telephone has a data connection. Since September 2011 it is in use at:

  1. The Children’s Museum of Indianapolis in Indianapolis, Verenigde Staten
  2. Derby Museum and Art Gallery in Derby, England
  3. Fundació Joan Miró in Barcelona, Spain
  4. The National Archives in Londen, England
  5. Museum für Hamburgische Geschichte in Hamburg, Germany

The https://asean-retreat.org established in Bangkok (Thailand) has now started to develop a QR system that is aimed at the ASEAN countries and can be used, among other things, by shopping malls, shopping centers and all kinds of types. of meetings (eg exhibitions, museums and for educational purposes such as schools, universities etcetera.) The development of the KeWaSAN system is a ‘start-up’, it will take a few years before the system is operational. KeWaSAN will start with only pilot projects in Thailand, at a later stage it will be rolled out across other ASEAN countries.

The challenging problem for https://asean-retreat.org is mainly that virtually all ASEAN countries (at least most of them) use their own unique ‘script’ that is very different from that in Europe and America. Almost completely on both continents the “Roman script” is used and the use of the “English Language” as a communication medium is practically everywhere; it’s not so within the ASEAN countries.

Categories
NAS-networks Uncategorized

Data is a critical asset for companies

cropped-site-icon-11.png

by Hans Blok Tuesday, 20 November 2018

What is NAS (Network Attached Storage) and Why is NAS Important for Small Businesses?

nas-synology-background-2002x660Data is a critical asset for companies

Without access to their data, companies may not provide their customers with the expected level of service. Poor customer service, loss of sales or team collaboration problems are all examples of what can happen when  information is not available.

Each of these issues contribute to lack of efficiency and potential loss of income if customers cannot wait for a data outage to be corrected. Additionally, when it comes to data storage, small businesses find themselves faced with other storage-related needs such as:

  • Lower cost options
  • Ease of operation (many small businesses do not have IT staff)
  • Ease of data backup (and it’s always accessible when you need it)
  • Growth capability

NAS devices are rapidly becoming popular with enterprise and small businesses in many industries as an effective, scalable, low-cost storage solution. IronWolf Pro hard drives are designed for NAS systems.

What is NAS?

An NAS device is a storage device connected to a network that allows storage and retrieval of data from a central location for authorised network users and varied clients. NAS devices are flexible and scale out, meaning that as you need additional storage, you can add to what you have. NAS is like having a private cloud in the office. It’s faster, less expensive and provides all the benefits of a public cloud on site, giving you complete control.

NAS systems are perfect for SMBs.

  • Simple to operate, a dedicated IT professional is often not required
  • Lower cost
  • Easy data backup, so it’s always accessible when you need it
  • Good at centralizing data storage in a safe, reliable way

With a NAS, data is continually accessible, making it easy for employees to collaborate, respond to customers in a timely fashion, and promptly follow up on sales or other issues because information is in one place. Because NAS is like a private cloud, data may be accessed remotely using a network connection, meaning employees can work anywhere, anytime.

Scattered storage arrangements will not work for SMBs.

  • Out-of-sync data
  • Reliability and accessibility issues if storage goes down
  • Delays in responding to customer service requests or sales queries

The Right Drive for NAS

Built for network-attached storage servers, Seagate IronWolf Pro drives are the best choice for NAS applications and are developed in close co-ordination with leading NAS partners such as Synology, QNAP, Netgear, Drobo and others to provide the best experience possible.

IronWolf Pro drives have the following features:

  • AgileArrayTM firmware for RAID optimisation and 24×7 use
  • RV sensors built into the hard drive to mitigate vibration in multi-bay NAS
  • IronWolf Health Management for drive monitoring is built into compatible NAS operating systems
  • Includes 2-year data recovery service and 5-year limited warranty
  • Built for multi-user environments by providing high workload rates for  heavy data transfer networks

NAS is growing in popularity. And with good reasons. NAS servers allow access to company data 24×7, and using the right hard drive will provide the best experience possible. IronWolf Pro-equipped NAS servers help provide tremendous competitive advantages, increase levels of customer service, and extend the collaborative reach across any project, at any company. In many cases, the only limit to the usefulness of having a NAS solution in your business may be not having one at all!

Related Products

IronWolf NAS Hard Drives

LEARN MORE

Categories
Uncategorized

Vlaanderen is het ware Bourgondië

GENTSE-WATERZOOI-1-1024x820Vlaanderens culinaire rijkdom wordt Bourgondisch genoemd. In werkelijkheid hebben de Bourgondiërs hun gevoel voor smaak en kwaliteit van de Vlamingen afgekeken.

De kip is mals, heerlijk hartig naast de prei, de wortel, de bleekselderij in de met ei gebonden roomsaus, en over alles groent geurige gehakte peterselie. Jazeker, dit is de Gentse waterzooi, en waar kun je die beter eten dan aan de waterkant van de Leie, waar ooit de handelsschepen aanlegden die de stad haar rijkdom bezorgden? Nu glijden er rondvaartbootjes tussen de rijk bebloemde kaden. Wij  hebben er vanochtend ook een zonnige tocht mee gemaakt, vanuit het centrum tot aan de resten van de Prinsenhof, waar in het jaar 1500 keizer Karel V geboren werd en waar hij later residentie hield. Zou hij een gerecht als waterzooi gegeten hebben?

De culinaire rijkdom van Vlaanderen wordt dikwijls in verband gebracht met het oude Bourgondische hertogdom waar het deel van uitmaakte, en waarvan keizer Karel de Habsburgse erfgenaam was. Daar is veel voor te zeggen. Maar eigenlijk kunnen we het beter omdraaien: de Bourgondische keuken is eerder Vlaams dan omgekeerd. Vlaanderen was in de veertiende en vijftiende eeuw het rijke deel van het hertogdom en de hertogen verbleven dan ook juist hier, in Mechelen, Lille, Gent en Brugge.

Suiker en sop

De keuken van die tijd was duidelijk anders dan die van nu. Hartig en zoet werden niet gescheiden; er was geen dessert aan het einde van de maaltijd, althans geen opeenhoping van zoetigheid. Gangen waren er al evenmin. Of nee, ik zeg het fout. Gangen waren er wel degelijk, maar bestonden elk uit een grote variëteit aan schotels – zoiets als een buffet of een rijsttafel. Gerechten een voor een serveren is iets wat pas in de loop van de negentiende eeuw in zwang kwam. De oude Bourgondiërs – die dus dikwijls Vlamingen waren – snoepten van allerlei smaken door elkaar, en zoals gezegd: hartig en zoet stonden tegelijk op tafel.

Zoet kwam van fruit, honing of de toen nog bijzonder dure suiker, die uit verre landen rond de Middellandse Zee werd geïmporteerd. Suiker en specerijen werden aan het hof met gulle hand over hartige gerechten gestrooid, niet omdat men de smaak van twijfelachtig vlees wilde verhullen (wie anders dan de hertog kon zich het allerbeste, meest verse vlees veroorloven?), maar om de rijkdom te tonen.

Eten we middeleeuws als we in Brugge of Mechelen aan de waterzooi gaan, aan de stoverij met bier, de paling in ’t groen? Nou en of. Dit soort bereidingen kunnen we bijna ongewijzigd in middeleeuwse kookboeken terugvinden, ook al wilde men toen graag zaken toevoegen als kaneel, foelie en gedroogde gember, iets waarvoor we nu minder warmlopen (hoewel, wellicht moeten we het eens proberen?). Vlees en vis werden langzaam gegaard in geurige bouillon en dan dikwijls op een snee brood geserveerd. Die snede heette aanvankelijk de ‘sop’, een naam die later overging op de nattigheid waarin hij lag.

Franse invloed

De glorietijd van Vlaanderen eindigde in de Tachtigjarige Oorlog, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich losmaakte. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaans-Habsburgs gezag en de welvaart verplaatste zich naar het noorden. Niet dat dat voor de culinaire opvattingen veel uitmaakte. Vanaf de zeventiende eeuw groeide de Franse invloed op alle culturele aangelegenheden, de keuken en de tafelmanieren incluis. Het Franse hof was het schitterendste van Europa. Daar werden de nieuwe smaken en kooktechnieken ontwikkeld, daar wist men hoe de burger, maar eerst nog de aristocraat, moest epateren.

In 1651 verscheen Le cuisinier françois van François de la Varenne, een toonaangevend werk dat vijftig jaar later vertaald werd uitgegeven als De geoeffende en ervaren keuken-meester, of de verstandige kok. Hierin werd voor het eerst saus gebonden met een ‘roux’ van bloem en vet. Fijne groenten als doperwtjes, asperges en artisjokken kwamen op tafel. En toen begon de zoetigheid op te schuiven naar het einde van de maaltijd. Vanuit Frankrijk kwamen in de eeuwen daarna de belangrijke nieuwigheden, zoals mayonaise en bearnaise, soufflés en bladerdeeg, waarmee onder andere de bouchée à la reine wordt gemaakt, nog altijd een gewaardeerd hapje in België.

De Spaanse Nederlanden werden in 1714 Oostenrijks, maar ook dat is niet terug te vinden in de keuken. In de negentiende eeuw was België eventjes onderdeel van Nederland, maar al in 1830 werd het een zelfstandige staat. De Franse haute cuisine regeerde in heel Europa en de Vlamingen lustten er wel pap van. Een rumsteak bearnaise? Komt u maar door. Tournedos Rossini dan, belegd met ganzenlever en overgoten met madeirasaus met truffel? Smakelijk! Deze exquise Parijse bereidingen gaven de toon aan.

Mosselen met friet

Onder die elitaire oppervlakte bleven de oude recepten bestaan, bij de gewone mensen thuis. Konijn met pruimen bijvoorbeeld, middeleeuws door het combineren van zout en zoet. Paling in ’t groen met handenvol verse groene kruiden. Bloedworst, die hier ‘zwarte pens’ heet. En er kwamen nieuwe dingen bij. Aardappelen bijvoorbeeld. Na hun ontdekking in het verre Amerika werden ze aanvankelijk alleen als veevoer gebruikt. Hongersnoden en veranderende opvattingen zorgden er echter voor dat in de loop van de achttiende eeuw de patatten ook de mensenmonden in gingen, eerst bij de arme boeren, later ook bij de burgerij.

Het frituren van reepjes aardappel is iets waarvan de oorsprong onduidelijk is. De Fransen claimen de uitvinding, maar waren het misschien toch de Belgen? Populair werd deze nieuwigheid pas aan het eind van de negentiende eeuw, toen de kosten van vet naar democratische waarden begonnen te dalen. In diezelfde tijd begonnen Vlamingen (en Nederlanders) hun stoverijen met aardappelen te stampen, met de ‘stoemp’ als resultaat.

En daar zitten we dan, dit keer aan de Meir in Antwerpen, achter mosselen met friet en daarbij een bolleke De Koninck – bier is immers de vloeibare trots van Vlaanderen. Die mosselen zijn de bovenstebeste uit Zeeland: de jumbo’s of imperials waar de Belgen grif voor betalen (de kleintjes gaan naar Nederland). De frietjes zijn gebakken in ossenwit, het vet dat er die kenmerkende Belgische smaak aan geeft. Straks nog een dame blanche toe, of een pêche melba? Klassieke Franse gerechten, maar hier kun je ze nog vinden; smaak en kwaliteit zijn het allerbelangrijkst. In Vlaanderen heerst nu eenmaal een andere attitude ten aanzien van eten. Men praat erover, men trekt gemakkelijker de portemonnee. Een erfenis van die oude Bourgondiërs? Welnee, die zijn hier de kunst komen afkijken, zoals ik al zei. Net zoals wij nu doen.

Van Onno Kleyn en zijn dochter, culinair historica Charlotte Kleyn, verscheen onlangs Luilekkerland – 400 jaar koken in Nederland (Amsterdam University Press).